NJB 2025/199
Medeplegen van hennepteelt in woning: herhaling en toepassing consistente rechtspraak over medeplegen en over het bij het bewijsoordeel daarover in aanmerking nemen dat de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. In casu kon het hof oordelen dat verdachte en haar mededader zo nauw en bewust hebben samengewerkt dat sprake is van het medeplegen van hennepteelt. Daartoe telt in het bijzonder dat (i) de verdachte wist van de hennepkwekerij, (ii) de hennepkwekerij is aangetroffen in een woning die geheel ten dienste stond van die kwekerij, (iii) de verdachte niet in deze woning sliep, maar daar wel veelvuldig met de mededader aanwezig was, (iv) de mededader heeft verklaard dat hij een hennepkwekerij in de woning had en dat er vijf oogsten zijn geweest, (v) het energiecontract voor de woning op naam van de verdachte stond en dat zij de energiekosten en in de tenlastegelegde periode ook de hypotheekrente voor deze woning betaalde en (vi) in de kwekerij met hennepresten besmeurde slippers in de schoenmaat van de verdachte zijn aangetroffen, waarover de mededader heeft verklaard dat het waarschijnlijk de slippers van de verdachte zijn. A-G: anders.
HR 14-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:4
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 januari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/00280
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:4, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1418, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑11‑2024
- Wetingang
(art. 47 Sr)
Essentie
Medeplegen van hennepteelt in woning: herhaling en toepassing consistente rechtspraak over medeplegen en over het bij het bewijsoordeel daarover in aanmerking nemen dat de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. In casu kon het hof oordelen dat verdachte en haar mededader zo nauw en bewust hebben samengewerkt dat sprake is van het medeplegen van hennepteelt. Daartoe telt in het bijzonder dat (i) de verdachte wist van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.