HR, 16-04-2024, nr. 23/01152
ECLI:NL:HR:2024:608
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16-04-2024
- Zaaknummer
23/01152
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:608, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑04‑2024; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:431
ECLI:NL:PHR:2024:431, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑03‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:608
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2024-0083
Uitspraak 16‑04‑2024
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling begaan tegen levensgezel (art. 300.1 jo. 304.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op inhoud van grievenformulier, dat aan akte instellen h.b. is gehecht? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Aan akte instellen h.b. is gehecht een “Grievenformulier Hoger Beroep” met datum en handtekening van advocaat, waarop is aangekruist “ik ben onschuldig” en “ik heb bezwaren tegen (hoogte van) opgelegde straf”. Oordeel hof dat verdachte n-o is o.g.v. art. 416.2 Sv, is niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01152
Datum 16 april 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 maart 2023, nummer 23-000690-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L. Windhorst, advocaat in ’s–Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte door het hof in het hoger beroep.
2.2
Het cassatiemiddel is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2024.
Conclusie 26‑03‑2024
Inhoudsindicatie
-
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/01152
Zitting 26 maart 2024
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.
1. De verdachte is bij verstekarrest van 10 maart 2023 door het gerechtshof Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag waarbij hij wegens ‘mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel’ is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. L. Windhorst, advocaat te 's‑Gravenhage, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in zijn hoger beroep.
4. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 10 maart 2023 houdt het volgende in:
“De verdachte, opgeroepen als
(...)
is niet ter terechtzitting verschenen.
De advocaat-generaal legt een akte van betekening over en een formulier, welk laatste stuk inhoudt dat de verdachte zich niet in detentie bevond op de daarin genoemde dagen. De raadsheer deelt mede dat de dagvaarding op rechtsgeldige wijze is betekend.
Het hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De raadsheer merkt op dat in deze zaak geen schriftuur houdende grieven is ingediend.
De advocaat-generaal voert het woord en vordert dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep. De advocaat-generaal legt de vordering over aan het hof.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en spreekt het arrest uit.”
5. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een ‘akte instellen hoger beroep’, inhoudende dat op 17 juni 2021 door mr. L. Windhorst namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 16 juni 2021. Aan deze akte is gehecht een ‘Grievenformulier Hoger Beroep’ waarop een datumstempel ontbreekt, maar waarop de datum “17-06-2021” is geschreven, vergezeld van de handtekening van mr. L. Windhorst. Dit grievenformulier staat op naam van de verdachte en op het formulier is aangekruist dat de verdachte om de volgende redenen in hoger beroep komt:
“[X] Ik ben onschuldig
(...)
[X] Ik heb bezwaren tegen de (hoogte van) opgelegde straf”
6. Gelet op het voorgaande is het oordeel van het hof dat de verdachte op de voet van artikel 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk is in het hoger beroep, niet begrijpelijk.
7. Het middel slaagt.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden