AB 2009, 219
Verzet tegen invordering dwangsom; termijn; overgangsrecht; analoge toepassing regels van bestuursprocesrecht.
HR 13-05-2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8377, m.nt. G.A. van der Veen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 mei 2005
- Magistraten
Mrs. P. Neleman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel, F.B. Bakels
- Zaaknummer
C04/046HR
- Noot
G.A. van der Veen
- LJN
AS8377
- JCDI
JCDI:ADS872578:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Bestuursprocesrecht / Administratief beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2005:AS8377, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑05‑2005
ECLI:NL:HR:2005:AS8377, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑05‑2005
- Wetingang
Essentie
Verzet tegen invordering dwangsom; termijn; overgangsrecht; analoge toepassing regels van bestuursprocesrecht.
Samenvatting
De gemeente heeft dwangbevelen ter inning van verbeurde dwangsommen uitgevaardigd. Alle dwangbevelen vermeldden een verzetstermijn van zes weken na betekening. Het hof oordeelde dat niet tijdig verzet was ingediend, omdat het overgangsrecht bij de Wet Derde tranche Awb een verzettermijn van dertig dagen opleverde en deze overschreden was. Het hof zag geen ruimte voor een verschoonbare termijnoverschrijding.
Onderdeel 2.1 klaagt dat het hof heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat in een geding voor de burgerlijke rechter art. 6:11 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.