Einde inhoudsopgave
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/624 betreffende specifieke voorschriften voor de uitvoering van officiële controles van de productie van vlees en voor de productie- en de heruitzettingsgebieden van levende tweekleppige weekdieren overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad
Artikel 3 Criteria en voorwaarden om te bepalen wanneer ante-mortemkeuringen in bepaalde slachthuizen door een officiële assistent mogen worden uitgevoerd
Geldend
Geldend vanaf 27-04-2025
- Bronpublicatie:
30-01-2025, PbEU L 2025, 2025/687 (uitgifte: 07-04-2025, regelingnummer: 2025/687)
- Inwerkingtreding
27-04-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-01-2025, PbEU L 2025, 2025/687 (uitgifte: 07-04-2025, regelingnummer: 2025/687)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Gezondheidsrecht / Voedsel- en warenkwaliteit
Bestuursrecht algemeen / Toezicht
Dierenrecht / Veterinair recht
1.
In afwijking van artikel 18, lid 2, onder a), van Verordening (EU) 2017/625 mogen ante-mortemkeuringen van andere diersoorten dan pluimvee en lagomorfen onder toezicht van een officiële dierenarts door een officiële assistent worden uitgevoerd, mits de in het slachthuis toegepaste procedures aan de volgende criteria en voorwaarden voldoen:
- a)
de taken binnen de ante-mortemkeuringen zijn uitsluitend van praktische aard en hebben alleen betrekking op een of meer van de volgende werkzaamheden:
- i)
het controleren of de exploitant van een levensmiddelenbedrijf voldoet aan de vereisten met betrekking tot informatie over de voedselketen en identiteitscontrole van de dieren;
- ii)
het voorselecteren van dieren die mogelijk onregelmatigheden vertonen met betrekking tot de vereisten voor de menselijke gezondheid, de diergezondheid en het dierenwelzijn;
- b)
wanneer mogelijke onregelmatigheden worden waargenomen of vermoed, wordt de officiële dierenarts onmiddellijk in kennis gesteld door de officiële assistent die de keuring uitvoert, en vervolgens voert de officiële dierenarts de ante-mortemkeuring persoonlijk uit, en
- c)
de officiële dierenarts controleert regelmatig of de officiële assistent zijn/haar taken naar behoren uitvoert.
2.
In afwijking van artikel 18, lid 2, onder a), van Verordening (EU) 2017/625 mogen ante-mortemkeuringen van alle diersoorten in een slachthuis worden uitgevoerd door een officiële assistent onder de verantwoordelijkheid van de officiële dierenarts, mits aan de volgende criteria en voorwaarden wordt voldaan:
- a)
er is op het bedrijf van herkomst al een ante-mortemkeuring uitgevoerd door een officiële dierenarts overeenkomstig artikel 5;
- b)
wanneer mogelijke onregelmatigheden worden waargenomen of vermoed, wordt de officiële dierenarts onmiddellijk in kennis gesteld door de officiële assistent die de keuring uitvoert, en vervolgens voert de officiële dierenarts de ante-mortemkeuring persoonlijk uit,
en
- c)
de officiële dierenarts controleert regelmatig of de officiële assistent zijn/haar taken naar behoren uitvoert.
3.
De in de leden 1 en 2 vastgestelde afwijkingen gelden niet:
- a)
voor dieren die een noodslachting ondergaan als bedoeld in bijlage III, sectie I, hoofdstuk VI, bij Verordening (EG) nr. 853/2004;
- b)
voor dieren waarbij de verdenking bestaat dat zij een ziekte of aandoening hebben die schadelijke gevolgen kan hebben voor de menselijke gezondheid;
- c)
voor runderen afkomstig van inrichtingen zoals omschreven in artikel 4, punt 27), van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad (1) waaraan niet de status ‘vrij van infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex’ (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis) is verleend zoals vastgelegd in deel II, hoofdstuk 1, afdelingen 1 en 2, van bijlage IV bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie (2);
- d)
voor runderen, schapen of geiten afkomstig van inrichtingen zoals omschreven in artikel 4, punt 27), van Verordening (EU) 2016/429 waaraan niet de status ‘vrij van infectie met Brucella abortus, M. melitensis en B. suis zonder vaccinatie’ is verleend zoals vastgelegd in deel I, hoofdstuk 1, afdelingen 1 en 2, van bijlage IV bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689;
- e)
voor dieren afkomstig uit een beperkingszone zoals bedoeld in artikel 126, lid 1, punt b), iii), van Verordening (EU) 2016/429 waaraan binnen die zone beperkingen zijn opgelegd;
- f)
voor dieren die aan strengere controles worden onderworpen vanwege de verspreiding van nieuwe ziekten of speciale ziekten op de lijst van de Wereldorganisatie voor diergezondheid.
Voetnoten
Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/ reg/2016/429/oj).
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 211, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2020/689/oj).