NJB 2016/2130
Aanvraag tot herziening ten nadele in de zaak Vivaldi: de Hoge Raad wijst de aanvrage af.Herziening ten nadele en nieuwe resultaten van technisch onderzoek art. 482a lid 3 Sv: voor een zaak waarin de vrijspraak steunt op de niet nader gemotiveerde grond dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, houdt dit onder meer in dat het resultaat van het technisch onderzoek waarmee de destijds oordelende rechter niet bekend was, tegenover het bewijsmateriaal waarmee hij wel bekend was, van zodanige aard en gewicht moet zijn dat daardoor het ernstige vermoeden ontstaat dat – ware hij wel bekend geweest met dat onderzoeksresultaat – de zaak niet zou zijn geëindigd in een vrijspraak maar in een veroordeling van de gewezen verdachte ter zake van een in art. 482a lid 1 onder a Sv vermeld misdrijf. In casu is daarvan geen sprake. Verweerschrift tegen aanvraag tot herziening ten nadele: hoewel de wet daarin niet voorziet, is de raadsman van de gewezen verdachte in de gelegenheid gesteld een zodanig verweerschrift in te dienen
HR 08-11-2016, ECLI:NL:HR:2016:2520
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
8 november 2016
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, J. de Hullu, H.A.G. Splinter-van Kan, V. van den Brink, M.J. Borgers
- Zaaknummer
15/02813
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:2520, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 08‑11‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:904, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 27‑09‑2016
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑06‑2016
- Wetingang
(art. 482a Sv)
Essentie
Aanvraag tot herziening ten nadele in de zaak Vivaldi: de Hoge Raad wijst de aanvrage af.Herziening ten nadele en nieuwe resultaten van technisch onderzoek art. 482a lid 3 Sv: voor een zaak waarin de vrijspraak steunt op de niet nader gemotiveerde grond dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, houdt dit onder meer in dat het resultaat van het technisch onderzoek waarmee de destijds oordelende rechter niet bekend was, tegenover het bewijsmateriaal waarmee hij wel bekend was, van zodanige aard en gewicht moet zijn dat daardoor het ernstige vermoeden ontstaat dat – ware hij wel bekend ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.