NJB 2025/2344
Een transfer van een profvoetballer komt tot stand. De bemiddelaar bij de transfer heeft de profvoetballer niet geïnformeerd over het eigen belang van de bemiddelaar bij de totstandkoming van de transfer. De profvoetballer vordert schadevergoeding. Het hof wijst een hoger bedrag toe dan de rechtbank. Hoge Raad: 1. Opdracht. Bemiddelingsovereenkomst. Eigen belang van de opdrachtnemer. Mededelingsplicht. In geval van een bemiddelingsovereenkomst geldt de wettelijke mededelingsplicht – behoudens een wettelijke uitzondering – zodra de bemiddelaar direct of indirect belang heeft bij de totstandkoming van de rechtshandeling. De strekking van de wetsbepaling is het beschermen van de opdrachtgever tegen mogelijke belangenverstrengeling en het middel daartoe is de verplichting van de opdrachtnemer om uit eigen beweging openheid van zaken te verschaffen over zijn eigen belang. Aan die strekking zou afbreuk worden gedaan door aan te nemen dat die verplichting niet, of slechts in beperkte mate geldt indien de opdrachtgever aanknopingspunten heeft om de opdrachtnemer vragen te stellen over diens eigen belang. 2. Kansschade. Anders dan het hof zelf heeft overwogen, heeft het hof niet het leerstuk van de kansschade toegepast. 3. Hypothetisch scenario. Motivering. Het hof kon bij het bepalen van het hypothetische scenario niet zonder motivering voorbijgaan aan de stellingen en het bewijsaanbod dienaangaande van de bemiddelaar. 4. Reformatio in peius. Het partijdebat in hoger beroep laat geen andere conclusie toe dan dat de voetballer (geïntimeerde in principaal hoger beroep) geen (incidentele) grief heeft gericht tegen het oordeel van de rechtbank over de hoogte van de schadevergoeding. Het hof heeft de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep overschreden door de bemiddelaar (appellant in principaal hoger beroep) te veroordelen tot betaling van een hogere schadevergoeding. 5. Wettelijke rente. Ingangsdatum. Niet begrijpelijk is dat het hof het toewezen bedrag heeft aangemerkt als gekapitaliseerde toekomstige schade en dat het de datum van het eindvonnis van de rechtbank heeft gehanteerd als peildatum bij de kapitalisatie en als ingangsdatum van de wettelijke rente.
HR 26-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1388
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 september 2025
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/02576
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1388, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:592, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑08‑2024
- Wetingang
Essentie
Een transfer van een profvoetballer komt tot stand. De bemiddelaar bij de transfer heeft de profvoetballer niet geïnformeerd over het eigen belang van de bemiddelaar bij de totstandkoming van de transfer. De profvoetballer vordert schadevergoeding. Het hof wijst een hoger bedrag toe dan de rechtbank. Hoge Raad: 1. Opdracht. Bemiddelingsovereenkomst. Eigen belang van de opdrachtnemer. Mededelingsplicht. In geval van een bemiddelingsovereenkomst geldt de wettelijke mededelingsplicht – behoudens een wettelijke uitzondering – zodra de bemiddelaar direct of indirect belang heeft bij de totstandkoming van de rechtshandeling. De strekking van de wetsbepaling is het beschermen van de opdrachtgever tegen mogelijke belangenverstrengeling en het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.