NJB 2025/942:Schriftelijk beklag door belanghebbenden tegen verbeurdverklaring van hun toekomende voorwerpen of de onttrekking van zodanige voorwerpen aan het verkeer, art. 552b Sv: voor de ontvankelijkheid van het beklag is vereist dat de klager stelt dat het betreffende voorwerp hem ‘toekomt’. Van ‘toekomen’ in de zin van art. 552b lid 1 Sv is sprake als de belanghebbende eigenaar is van het in die bepaling bedoelde voorwerp. Daarnaast is daarvan sprake als de belanghebbende op grond van de wet, krachtens een beperkt recht of anderszins, dan wel op grond van een overeenkomst aanspraak erop kan maken dat het betreffende voorwerp aan hem wordt afgegeven. Als een klager op grond van een civielrechtelijke verbintenis – zoals overeenkomst, onrechtmatige daad, onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking – jegens een bepaalde (rechts)persoon een vordering heeft tot betaling van een geldbedrag, dan brengt dat niet mee dat zich in het vermogen van die persoon een bepaald geldbedrag bevindt dat kan worden aangemerkt als een ‘voorwerp’ dat aan die klager ‘toekomt’. In zo’n geval kan de klager dan ook niet als ‘belanghebbende’ in de zin van artikel 552b lid 1 Sv worden aangemerkt.