NJ 1931, p. 1494
Overeenkomst „naar burgerlijk recht" van de gemeente Amsterdam met in haar dienst zijnde schoonmaaksters.
HR 09-04-1931, ECLI:NL:HR:1931:340, m.nt. Prof. E. M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 april 1931
- Magistraten
(Mrs. Fentener van Vlissingen, van den Dries, van Gelein Vitrlnga, Polak, Flck.)
- Zaaknummer
[09041931/NJ_1931,_p._1494]
- Conclusie
Mr. Berger
- Noot
Prof. E. M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS152517:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1931:340, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑04‑1931
- Wetingang
(BW art. 1637z; PW 1922 art. 3.)
Essentie
Overeenkomst „naar burgerlijk recht" van de gemeente Amsterdam met in haar dienst zijnde schoonmaaksters.
Samenvatting
Art. 1637 z 2e lid B. W. verbiedt partijen niet om, al brengen zij hare rechtsverhouding onder de heerschappij van het burgerlijk recht, toch te dien aanzien de bepalingen van Titel VII A Derde Boek B. W. slechts voor zoover haar goeddunkt van toepassing te verklaren. De vrijheid om aldus voor wettelijke voorschriften, die anders van dwingend recht zijn, een afwijkende regeling in de plaats te stellen, is ook in overeenstemming met de strekking, welke de uitzondering, vervat in art. 1681 z 2e lid, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.