NJ 1956/207
HR, 06-03-1956
HR 06-03-1956, ECLI:NL:HR:1956:152
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 maart 1956
- Magistraten
Mrs. Fick, Feber, van Berckel, Westerouen van Meeteren, Kazemier
- Zaaknummer
[06031956/NJ_1956-207]
- Conclusie
Mr. s'Jacob
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1956:152, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑03‑1956
- Wetingang
(Sr art. 376.)
Samenvatting
De zienswijze van de rechter dat verzoeker rechtstreeks financieel belang had bij de combinatie, die de leveranties aan de gemeente S. uitvoerde en zodanig belang begrepen kan zijn onder „deelnemen’ aan de leveranties in de zin van art. 376 Sr. strookt zeer wel met de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling.
De zienswijze dat bij deze strafbepaling daarentegen gedacht moet worden aan de ambtenaar, die bij het tot stand komen of uitvoeren van een aanneming of leverantie een actieve rol speelt, vindt noch in de woorden van de wet noch in de parlementaire geschiedenis steun, en is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.