TPWS 2018/103
Vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv en bewijsuitsluiting. Hadden verbalisanten bevoegdheid inzage van het identiteitsbewijs van verdachte te vorderen ex art. 8.1 Politiewet 2012?
HR 11-09-2018, ECLI:NL:HR:2018:1536
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
11 september 2018
- Zaaknummer
17/00491
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Politierecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:1536, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 11‑09‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:984, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑06‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑01‑2018
Uitspraak
Aantekening redactie
Het hof heeft de verdachte veroordeeld voor – kort gezegd – het voorhanden hebben van een verboden wapen en munitie. Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping van het (tot bewijsuitsluiting leidend) beroep op een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv omdat de bevoegdheid om inzage van het identiteitsbewijs te vorderen ontbrak. Blijkens het pv van bevindingen is er het volgende gebeurd. Op 24 augustus 2016 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.