NJB 2013/1789
Rolzitting en ontvankelijkheid in hoger beroep: gelet op door voorzitter hof aan raadsman toegezonden rolzittingsbrief dat geen inhoudelijke behandeling zal plaatsvinden in casu niet begrijpelijke niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep omdat de verdachte op die terechtzitting niet mondeling zijn bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven
HR 25-06-2013, ECLI:NL:HR:2013:9
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
25 juni 2013
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink
- Zaaknummer
11/03441
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:9, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 25‑06‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:6, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑04‑2013
- Wetingang
(Sv art. 416 lid 2)
Essentie
Rolzitting en ontvankelijkheid in hoger beroep: gelet op door voorzitter hof aan raadsman toegezonden rolzittingsbrief dat geen inhoudelijke behandeling zal plaatsvinden in casu niet begrijpelijke niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep omdat de verdachte op die terechtzitting niet mondeling zijn bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven
Uitspraak
Inleiding:
Het Hof heeft verdachte op grond van art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, omdat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend, noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven. Verdachte noch zijn raadsman is ter terechtzitting op 30 juni 2011 verschenen. Het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.