NJB 2009, 772
HR, 03-04-2009, nr. 07/11247
HR 03-04-2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1991
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
3 april 2009
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, E.J. Numann, J.C. van Oven, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk
- Zaaknummer
07/11247
- Conclusie
A-G mr. J. Wuisman
- LJN
BH1991
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2009:BH1991, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑04‑2009
ECLI:NL:HR:2009:BH1991, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 03‑04‑2009
- Wetingang
BW art. 6:162
Essentie
Verbintenissenrecht; motiveringsgebrek.
HR: Uit het arrest van het hof valt niet op te maken waarom het hof is gekomen tot afwijzing van de vordering tegen Y op grond van onrechtmatige daad.
Partij(en)
X (eiser), adv. mr. J.C. Meijroos
tegen
Y (verweerder), adv. Mr. P. Garretsen
Uitspraak
Feiten en procesverloop
Y is bestuurder van [C]B.V. (hierna C). C is enig aandeelhouder en bestuurder van [B]B.V. (hierna B). B houdt zich bezig met het knippen en buigen van wapeningsstaal. B heeft aan X een factuur gestuurd ten bedrage van ƒ 135 000 d.d. 8 mei 2000 waarop vermeld is: ‘Hierbij zenden wij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.