NJB 2008, 1330
HR, 06-06-2008, nr. C06/298HR
HR 06-06-2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5710
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
6 juni 2008
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, P.C. Kop, A. Hammerstein, J.C. van Oven en W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C06/298HR
- Conclusie
A-G mr. L.A.D. Keus
- LJN
BC5710
- Vakgebied(en)
Onteigeningsrecht / Onteigening
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2008:BC5710, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑06‑2008
ECLI:NL:HR:2008:BC5710, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 06‑06‑2008
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑10‑2006
- Wetingang
Essentie
Onteigening. Een integrerend deel van de levenswijze van de onteigende is dat hij op en rondom het perceel dat hij bewoont, flora en fauna ontwikkelt en bestudeert. 1. Gelijkwaardig woongenot. Bij de beantwoording van de vraag op welke wijze de onteigende in staat zou worden gesteld zich een gelijkwaardig woongenot te verschaffen, is diens levenswijze terecht in aanmerking genomen. De in dat verband vast te stellen vergoeding mag niet hoger zijn dan het bedrag dat iemand die in gelijke financiële en andere omstandigheden verkeert als de onteigende zich redelijkerwijs nog als offer voor het verwerven van een gelijkwaardig woongenot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.