NJB 2008, 976
HR, 11-04-2008, nr. 07/12149HR: Cantor/Arts e.a.
HR 11-04-2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC4846 (Cantor/Arts e.a.,Cantor en Mercurius/Marks)
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
11 april 2008
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, F.B. Bakels en W.D.H. Asser
- Zaaknummer
07/12149HR
- Conclusie
A-G mr. D.W.F. Verkade
- LJN
BC4846
- Roepnaam
Cantor/Arts e.a.
Cantor en Mercurius/Marks
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2008:BC4846, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 11‑04‑2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC4846, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑04‑2008
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑10‑2007
- Wetingang
Fw art. 58 lid 1; Fw art. 69; BW art. 3:277
Essentie
Twee schuldeisers stellen een pandrecht te hebben op vorderingen van de failliet. De curator betwist dit en stelt de schuldeisers een termijn om dit beweerde recht uit te oefenen. HR: Indien een schuldeiser of een derde stelt een pandrecht te hebben op een tot de boedel behorend goed, staat geen rechtsregel eraan in de weg dat de curator niet alleen deze stelling betwist, maar bovendien aan degene die zich op het pandrecht beroept, een redelijke termijn stelt om zijn beweerde recht uit te oefenen.
Partij(en)
Cantor Holding B.V. en Beleggingsmaatschappij Mercurius B.V., adv. mr. E. Grabandt,
tegen
mr. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.