JOL 2008, 73
HR, 01-02-2008, nr. C06/132HR
HR 01-02-2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC1871
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
1 februari 2008
- Magistraten
Mrs. P.C. Kop, F.B. Bakels, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C06/132HR
- Conclusie
plv. P-G De Vries Lentsch-Kostense
- LJN
BC1871
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2008:BC1871, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 01‑02‑2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC1871, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑02‑2008
Essentie
Ongeldigheid testament op de grond dat de erflater ten tijde van verlijden testament niet in staat was zijn wil te bepalen? Oud recht. Dwang in de zin van art. 4:940 (oud) BW? Misbruik van omstandigheden? Bewijswaardering. Cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO.
Partij(en)
1. [Eiseres 1], te [woonplaats],
2. De gezamenlijke erfgenamen van wijlen [betrokkene 1], te [woonplaats], eisers tot cassatie, adv. mr. P. Garretsen,
tegen
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2], beiden te [woonplaats], verweerders in cassatie, adv. aanvankelijk mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, thans mr. D. Stoutjesdijk. en
3. [Verweerster 3],
4. [Verweerster ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.