JOL 2000, 400
Wet BOPZ. Voorlopige machtiging: verzoek om contra-expertise.
HR 14-07-2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA6531
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 juli 2000
- Magistraten
F.H.J. Mijnssen, O. de Savornin Lohman, J.P. Balkema
- Zaaknummer
R00/077HR
- Conclusie
A-G Mr. Langemeijer
- LJN
AA6531
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Bedrijfseconomisch advies (V)
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Accounting (V)
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
Bestuursprocesrecht / Beroep
Auditing (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2000:AA6531, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑07‑2000
ECLI:NL:HR:2000:AA6531, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑07‑2000
Essentie
Wet BOPZ. Voorlopige machtiging: verzoek om contra-expertise.
Voorlopige machtiging mag niet worden toegewezen zonder aandacht te besteden aan verzoek om contra-expertise. Na verwijzing zal opnieuw moeten worden onderzocht of (nog steeds) is voldaan aan vereisten voor verlenen machtiging.
Partij(en)
X., te Y., verzoekster tot cassatie, advocaat: mr G.E.M. Later.
Voorgaande uitspraak
X., te Y., verzoekster tot cassatie, advocaat: mr G.E.M. Later.
1. Het geding in feitelijke instantie
De Officier van Justitie in het arrondissement Amsterdam heeft op 28 maart 2000 onder overlegging van een op 24 maart 2000 ondertekende geneeskundige verklaring een vordering ingediend bij de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.