NJ 1971, 354
HR, 18-06-1971
HR 18-06-1971, ECLI:NL:HR:1971:AC5124
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
18 juni 1971
- Magistraten
Dubbink, De Meijere, Peters, Ras, Drion
- Zaaknummer
[1971-06-18/NJ_53228]
- LJN
AC5124
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1971:AC5124, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 18‑06‑1971
- Wetingang
WVW art. 3l; BW art. 1942
Essentie
Mag de rechter op grond van de verklaring van een getuige beslissen dat in de zin van art. 3l,lid 1, WVW aannemelijk is dat een botsing, aan- of overrijding is te wijten aan overmacht?
Samenvatting
De in art. 31 lid 1 WVW gebezigde woorden: ‘tenzij aannemelijk is ’, welke zijn ontleend aan art. 25 Motor- en Rijwielwet, strekken blijkens de geschiedenis van laatstgenoemde wet er toe het aantonen van overmacht te vergemakkelijken en De rechter bij de waardering van de te zijner beschikking staande gegevens grotere vrijheid te verlenen dan naar de gewone regels van het bewijsrecht in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.