NJ 1970, 200
HR, 19-12-1969
HR 19-12-1969, ECLI:NL:PHR:1969:AC4977, m.nt. G.J. Scholten
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
19 december 1969
- Magistraten
De Jong, Dubbink, Ras, Minkenhof, Drion
- Zaaknummer
[1969-12-19/NJ_52602]
- Noot
G.J. Scholten
- LJN
AC4977
- JCDI
JCDI:ADS159829:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal privaatrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1969:AC4977, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 19‑12‑1969
ECLI:NL:PHR:1969:AC4977, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑12‑1969
- Wetingang
Wet AB art. 14; RO art. 38; BW art. 668; BW art. 1371
Samenvatting
In geval van een overeenkomst tot overdracht van een gedeelte van een vordering maakt de bedoeling van de pp. bij die overeenkomst om door middel van de overdracht een rechtstoestand in het leven te roepen, welke medebrengt dat de kantonrechter bevoegd wordt kennis te nemen van een rechtsvordering ter zake van het niet overgedragen gedeelte van de vordering, de strekking van de overeenkomst niet ongeoorloofd.*
* Zie de noot onder dit arrest
Partij(en)
Evaline Eckmann te Amsterdam, eiseres tot cass. van een tussen pp. gewezen vs van de Rb. te Amsterdam van 24 januari 1969, adv. Mr. J. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.