NJ 1969, 303
HR, 25-04-1969
HR 25-04-1969, ECLI:NL:PHR:1969:AC4931, m.nt. D.J. Veegens
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
25 april 1969
- Magistraten
De Jong, Wiarda, De Meijere, Beekhuis, Minkenhof
- Zaaknummer
[1969-04-25/NJ_52201]
- Noot
D.J. Veegens
- LJN
AC4931
- JCDI
JCDI:ADS159825:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Verbintenissenrecht (V)
Staatsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1969:AC4931, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 25‑04‑1969
ECLI:NL:PHR:1969:AC4931, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑04‑1969
- Wetingang
RO art. 99; BW art. 1401
Essentie
Premieregeling gepubliceerd in Bekendmaking ‘Bevordering industrialisatie ontwikkelingskernen’ recht in de zin van art. 99 der Wet RO?
Vraag of de Minister van Economische Zaken jegens een belanghebbende, die om toepassing dezer regeling had verzocht, een onrechtmatige daad heeft begaan door — na aan de belanghebbende, een ondernemer (Pluvier NV), bij brief van 28 maart 1961, te hebben medegedeeld gevolg te kunnen geven aan haar verzoek om toepassing van de voormelde, door de Minister vastgestelde, premieregeling — ruim twee jaar later te besluiten dat zij niet voor toekenning van een premie in aanmerking komt.
Samenvatting
De bij de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.