NJ 1969, 241
HR, 31-01-1969
HR 31-01-1969, ECLI:NL:PHR:1969:AC4906, m.nt. G.J. Scholten
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
31 januari 1969
- Magistraten
De Jong, Wiarda, Dubbink, Ras, Minkenhof
- Zaaknummer
[1969-01-31/NJ_52139]
- Noot
G.J. Scholten
- LJN
AC4906
- JCDI
JCDI:ADS159790:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1969:AC4906, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 31‑01‑1969
ECLI:NL:PHR:1969:AC4906, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 31‑01‑1969
- Wetingang
BW art. 1401; BW art. 657; BW art. 660
Essentie
Stilzwijgende toestemming in de beweerde onrechtmatige daad welke kenbaar zou zijn geweest aan de verweerders, aan wie deze daad wordt verweten.
Misplaatst gebruik van de term ‘rechtsverwerking’ door het Hof?
Aan de artt. 657 en 660 BW ten grondslag liggende beginselen op grond waarvan eiseres, jegens wie de onrechtmatige daad begaan zou zijn en waarin deze stilzwijgend zou hebben toegestemd, vergoeding kan vragen ter zake van aan haar perceel onttrokken zand.
Samenvatting
Door eiseres, v.B., worden verweerders, v.D. en S., terzake van onttrekking van zand aan eigendom van v.B. aangesproken uit onrechtmatige daad.
Hof heeft overwogen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.