NJ 1966, 454
HR, 22-04-1965
HR 22-04-1965, ECLI:NL:PHR:1965:AB5583
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
22 april 1965
- Magistraten
De Jong, Wiarda, Houwing, Petit, Beekhuis
- Zaaknummer
[1965-04-22/NJ_50912]
- LJN
AB5583
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1965:AB5583, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 22‑04‑1965
ECLI:NL:PHR:1965:AB5583, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑04‑1965
- Wetingang
Huurwet art. 18
Essentie
Vereiste voor het slagen van beroep op huurbescherming.
Samenvatting
Voor het slagen van een beroep op huurbescherming is nodig dat hij, die deze bescherming inroept, ten tijde dat hij dit doet zich nog bevindt in het feitelijk genot dat hij krachtens de huurovereenkomst mocht uitoefenen.
Partij(en)
J. Boverhoff, te Amsterdam, eiser tot cassatie van een door de Rb. te Amsterdam tussen pp. gewezen vonnis van 25 juni 1965, adv. Mr. Dr. H.F.A. Vollmar
tegen
J.E.J.M. Kuyt, te Badhoevedorp, gem. Haarlemmermeer, verweerder in cassatie, adv. Mr. J.W. Lely.
De Hoge Raad, enz.;
Voorgaande uitspraak
O. dat uit het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.