NJ 1966, 426
HR, 05-03-1965
HR 05-03-1965, ECLI:NL:PHR:1965:AB6989, m.nt. J.H. Beekhuis
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
5 maart 1965
- Magistraten
Wiarda, Houwing, Hulsmann, Petit, Beekhuis
- Zaaknummer
[1965-03-05/NJ_50884]
- Noot
J.H. Beekhuis
- LJN
AB6989
- JCDI
JCDI:ADS116706:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Erfrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1965:AB6989, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 05‑03‑1965
ECLI:NL:PHR:1965:AB6989, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑03‑1965
- Wetingang
BW art. 958
Essentie
Tijdstip waarnaar te beoordelen is of een bij testament bevoordeelde persoon heeft te gelden als een tussen beiden komende persoon in de zin van art. 958, 2e lid, BW
Samenvatting
Volgens 's Hofs vaststelling heeft de erflater de dochters van zijn tweede echtgenote, met wie hij op het tijdstip waarop zijn testament werd gemaakt nog niet was gehuwd, als zijn erfgenamen ingesteld voor het geval en voor zover de moeder dier dochters als gevolg van haar huwelijk met de erflater onbekwaam zou zijn om meer dan een kindsdeel of ten hoogste 1/4 der nalatenschap te erven. Terecht heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.