NJB 2025/16:Valsheid in geschrift door op naam van een rechtspersoon gestelde aangiften vennootschapsbelasting valselijk op te maken, art. 225 lid 1 Sr: in casu behelzen de aangiftebiljetten in de kern het verzoek aan de inspecteur de aan de verdachte opgelegde aanslagen in de vennootschapsbelasting te heroverwegen, in die zin dat deze aanslagen worden verminderd overeenkomstig de in die aangiftebiljetten opgegeven bedragen. Daarop gelet heeft het hof onjuist geoordeeld dat deze bezwaarschriften ‘bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen’. Daartoe telt dat aan een tegen een belastingaanslag gericht bezwaarschrift als zodanig, voor zover dat bezwaarschrift ertoe strekt het bedrag van de aanslag tot een bepaald bedrag te verminderen, in het maatschappelijk verkeer niet een zodanige betekenis voor het bewijs van de inhoud ervan pleegt te worden toegekend dat daaraan een bewijsbestemming in de zin van art. 225 Sr toekomt.