NJB 2024/1490
Rechterlijk bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van een opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel, art. 38v lid 4 Sr: in de motivering van zijn bevel moet de rechter blijk ervan geven dat aan de in deze bepaling gestelde voorwaarden is voldaan. Niet juist is de opvatting dat hij daarbij geen nietonherroepelijke veroordeling in aanmerking mag nemen.
HR 18-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:901
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juni 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/01581
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:901, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑06‑2024
- Wetingang
(art. 348v Sr)
Essentie
Rechterlijk bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van een opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel, art. 38v lid 4 Sr: in de motivering van zijn bevel moet de rechter blijk ervan geven dat aan de in deze bepaling gestelde voorwaarden is voldaan. Niet juist is de opvatting dat hij daarbij geen nietonherroepelijke veroordeling in aanmerking mag nemen.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld wegens – kort gezegd – vernieling tot een taakstraf van dertig uren, waarvan vijftien uren voorwaardelijk. Daarnaast heeft het hof een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor twee jaren, die inhoudt ‘dat de verdachte zich in die periode niet zal bevinden aan de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.