JWB 2014/168
Procesrecht, cassatieberoep, verzoekschrift, ontvankelijkheid
HR 04-04-2014, ECLI:NL:HR:2014:833
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
4 april 2014
- Zaaknummer
14/00641
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:833, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 04‑04‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:82, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑02‑2014
- Wetingang
Essentie
Procesrecht, cassatieberoep, verzoekschrift, ontvankelijkheid
Samenvatting
Casus
De verzoeker tot cassatie heft bij een brief cassatieberoep tegen het arrest van het hof ingesteld.
Rechtsvraag
Centraal staat de vraag de ontvankelijkheid van het ingestelde cassatieberoep.
Beslissing
De Hoge Raad overweegt dat de brief waarbij de verzoeker tot cassatie het cassatieberoep heeft ingesteld niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen. De brief is immers niet door een advocaat bij de Hoge raad ondertekend. De verzoeker tot cassatie heeft nagelaten om dit gebrek te herstellen.
De Hoge Raad verklaart de verzoeker tot cassatie net-ontvankelijk in zijn beroep.
Partij(en)
4 april 2014
Eerste ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.