NJ 1960/90
Achterwege laten van verhoor van getuige, die weigert de eed af te leggen.
HR 23-06-1959, ECLI:NL:HR:1959:178, m.nt. Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 juni 1959
- Magistraten
Mrs. van der Meulen, van Berckel, Westerouen van Meeteren, Kazemier, Dubbink [Rapp.]
- Zaaknummer
[23061959/NJ_1960-90]
- Conclusie
Mr. van Oosten
- Noot
Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS138051:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1959:178, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑06‑1959
- Wetingang
(Sv art. 280.)
Essentie
Achterwege laten van verhoor van getuige, die weigert de eed af te leggen.
Samenvatting
Volgens het p.-v. van de t.r..z. heeft de Pol.r. bepaald dat getuige F. R., echtgenote van verd., op grond van haar weigering de bij de wet gevorderde eed als getuige af te leggen door hem niet als getuige kan worden toegelaten. Niet blijkt, dat de getuige t. t.r.z. heeft opgegeven tegen het afleggen van eden onoverkomelijke bezwaren te hebben, ontleend aan haar opvatting omtrent den godsdienst, zodat de Pol.r. geen aanleiding had haar tot het afleggen van de belofte toe te laten. Bedoeld p.-v. vermeldt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.