NJB 2012/1866
HR, 07-09-2012, nr. 12/01231
HR 07-09-2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7355
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
7 september 2012
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, J.C. van Oven, F.B. Bakels, W.D.H. Asser en M.A. Loth;
- Zaaknummer
12/01231
- Conclusie
A-G mr. P. Vlas
- LJN
BW7355
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2012:BW7355, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑09‑2012
ECLI:NL:HR:2012:BW7355, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 07‑09‑2012
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑03‑2012
- Wetingang
Essentie
Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961. Internationale rechtsmacht. Een ongehuwde vader verzoekt aan de Nederlandse rechter om te worden belast met het gezag over de door hem erkende dochter, die bij de moeder in Turkije verblijft en de Nederlandse nationaliteit heeft. HR: 1. Uitzonderlijke bevoegdheid van de rechter van de verdragsstaat waarvan de minderjarige onderdaan is. Vooropstelling: zie hoofdtekst. 2. Kennisgevingsplicht. Aangezien het hof geen beschermingsmaatregelen heeft genomen, ontbreekt de grondslag voor de in het Verdrag besloten kennisgevingsplicht.
Partij(en)
De vader,
adv. mrs. S. Kousedghi en B.J. van Dorp,
vs.
de moeder,
adv. mr. T. Havekes