NJ 1974, 507
Hof Arnhem, 02-04-1974
Hof Arnhem 02-04-1974, ECLI:NL:GHARN:1974:AB6834
- Instantie
Hof Arnhem
- Datum
2 april 1974
- Magistraten
Vriesendorp, Gerbrandy, Van Eupen
- Zaaknummer
[1974-04-02/NJ_54921]
- LJN
AB6834
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal privaatrecht (V)
Vermogensrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARN:1974:AB6834, Uitspraak, Hof Arnhem, 02‑04‑1974
- Wetingang
Wet AB art. 1; Wet AB art. 2; Wet AB art. 3; Wet AB art. 4; Wet AB art. 5; Wet AB art. 6; Wet AB art. 7; Wet AB art. 8; Wet AB art. 9; Wet AB art. 10; Wet AB art. 11; Wet AB art. 12; Wet AB art. 13; Wet AB art. 14; BW art. 668
Essentie
Retrocessie. Internationaal privaatrecht. Betekeningseis.
Samenvatting
Retrocessie naar het recht van de Duitse Bondsrepubliek is vormloos. Bij de overgang van een verbintenis, die zonder medewerking van de schuldenaar tot stand komt, moeten echter de voorschriften, die de wet van diens woonplaats (in casu de Nederlandse wet) in zijn belang heeft vastgesteld, mede in acht worde genomen. Nu de retrocessie niet aan geintimeerde is betekend en hij deze ook niet schriftelijk heeft aangenomen of erkend, heeft deze ten aanzien van geintimeerde geen gevolg.
Partij(en)
H. Hegmann, te Emmerik, in de Federale Bondsrepubliek Duitsland, appellant, proc. Mr. D.J. Remmeling,
tegen
J.L.B. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.