AB 2002, 415
Toelating bestrijdingsmiddelen; procedurele verlengingen toelating; capaciteitsproblemen bestuursorgaan en prioriteitstelling; beleidsregel; versnelde behandeling voor 27 toelatinghouders; onjuiste rechtsopvatting; gelijkheidsbeginsel; reikwijdte wettelijke bepaling en ministeriële regeling; motivering.
CBb 02-07-2002, ECLI:NL:CBB:2002:AE4823, m.nt. J.H. van der Veen
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
2 juli 2002
- Magistraten
Verwayen, Hagen, Fierstra
- Zaaknummer
AWB01/722
- Noot
J.H. van der Veen
- LJN
AE4823
- JCDI
JCDI:ADS868779:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2002:AE4823, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02‑07‑2002
- Wetingang
Wet Bestuursrechtspraak Bedrijfsorganisatie art. 18 lid 3; Bestrijdingsmiddelenwet 1962 art. 4; Bestrijdingsmiddelenwet 1962 art. 5 lid 1; Bestrijdingsmiddelenwet 1962 art. 8; Besch. toelating bestrijdingsmiddelen 1995 art. 7 lid 5; AWB art. 4:84; AWB art. 8:52; AWB art. 8:72
Essentie
Toelating bestrijdingsmiddelen; procedurele verlengingen toelating; capaciteitsproblemen bestuursorgaan en prioriteitstelling; beleidsregel; versnelde behandeling voor 27 toelatinghouders; onjuiste rechtsopvatting; gelijkheidsbeginsel; reikwijdte wettelijke bepaling en ministeriële regeling; motivering.
Samenvatting
Met de door de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 beoogde doelen is niet verenigbaar dat verweerder wegens capaciteitsgebrek overgaat tot het stelselmatig afgeven van procedurele verlengingen voor een lange tot zeer lange tijd, in afwachting van een beoordeling op communautair niveau.
Bovendien kan een aldus voor lange tijd gegeven procedurele verlenging leiden tot een rechtens niet te aanvaarden verschil in behandeling tussen houders van toegelaten middelen met procedurele verlengingen en aanvragers ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.