AB 2004, 321
Intrekking bouwvergunning wegens het niet tijdig starten van de bouw; voornemen van intrekking behoeft niet vooraf aan vergunninghouder bekend te worden gemaakt.
RvS 03-12-2003, ECLI:NL:RVS:2003:AN9239, m.nt. A.G.A. Nijmeijer
- Instantie
Raad van State
- Datum
3 december 2003
- Magistraten
Mr. Slump
- Zaaknummer
200303457/1
- Noot
A.G.A. Nijmeijer
- LJN
AN9239
- JCDI
JCDI:ADS867059:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Volkshuisvesting en wonen / Algemeen
Bouwrecht / Woonrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Volkshuisvesting en wonen / Woningbouw
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Bestuursrecht algemeen / Voorbereiding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2003:AN9239, Uitspraak, Raad van State, 03‑12‑2003
- Wetingang
Wonw art. 59 lid 1 sub c; Awb art. 4:8
Essentie
Intrekking bouwvergunning wegens het niet tijdig starten van de bouw; voornemen van intrekking behoeft niet vooraf aan vergunninghouder bekend te worden gemaakt.
Samenvatting
Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt herhaald dat het college art. 4:8 Awb heeft geschonden omdat hij niet in de gelegenheid is gesteld voor het nemen van het besluit tot intrekking van de bouwvergunning zijn zienswijze naar voren te brengen, waardoor hem de mogelijkheid is ontnomen alsnog met de bouwwerkzaamheden aan te vangen.
Art. 4:8 Awb is er echter niet voor bedoeld appellant een laatste gelegenheid te geven alsnog met de bouwwerkzaamheden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.