NJ 2002, 589
Het (nog niet verjaarde) beroep op dwaling kan de debitor cessus niet als verweer inroepen tegen de cessionaris, maar alleen tegen zijn oorspronkelijke contractspartij.
Rb. 's-Gravenhage 05-06-2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3669
- Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
- Datum
5 juni 2002
- Magistraten
Dozy
- Zaaknummer
01/1082
- LJN
AF3669
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3669, Uitspraak, Rechtbank 's-Gravenhage, 05‑06‑2002
- Wetingang
BW art. 3:51; BW art. 6:145
Essentie
Het (nog niet verjaarde) beroep op dwaling kan de debitor cessus niet als verweer inroepen tegen de cessionaris, maar alleen tegen zijn oorspronkelijke contractspartij.
Samenvatting
Door (later) de cedent en (later) de debitor cessus is — vóórdat sprake was van cessie — een vaststellingsovereenkomst gesloten met finale kwijting. Desondanks betaalt de cedent nadien nog een bedrag aan de debitor cessus. Hij cedeert de daaruit voortvloeiende vordering wegens onverschuldigde betaling aan de cessionaris. Door de cessionaris aangesproken tot betaling beroept de debitor cessus zich — vergeefs — op wederzijdse dwaling bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst met het verzoek ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.