Rb. Gelderland, 11-05-2026, nr. 05-040592-25 en 05-147073-23 (tul)
ECLI:NL:RBGEL:2026:3660
- Instantie
Rechtbank Gelderland
- Datum
11-05-2026
- Zaaknummer
05-040592-25 en 05-147073-23 (tul)
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBGEL:2026:3660, Uitspraak, Rechtbank Gelderland, 11‑05‑2026; (Eerste aanleg - meervoudig)
Uitspraak 11‑05‑2026
Inhoudsindicatie
De rechtbank spreekt een man vrij van bedreiging met en het voorhanden hebben van een vuurwapen. Volgens de rechtbank ontbreekt er voldoende wettig bewijs om tot een veroordeling te komen.
Partij(en)
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05-040592-25 en 05-147073-23 (tul)
Datum uitspraak : 11 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres]
in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. C. Stroobach, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting
van 13 april 2026.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 1 februari 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, een onbekend gebleven persoon heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, door eenmaal te schieten (met een vuurwapen) op/tegen/in de richting van de voornoemd onbekend gebleven persoon, althans gedraging(en) van gelijke dreigende aard en/of strekking;
2.
hij op of omstreeks 1 februari 2025 te Apeldoorn, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Glock, type/model 45, kaliber 9x19mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 24 kogelpatronen (voorzien van bodemstempel Norma 9mm Luger) van het kaliber 9x19 mm
(telkens) voorhanden heeft gehad.
2. De standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit vanwege een gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs.
3. Vrijspraak
De rechtbank vindt dat er onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is voor een bewezenverklaring van de feiten en overweegt als volgt.
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan het volgende worden vastgesteld. In de nacht van 31 januari op 1 februari 2025 kwam verdachte aan bij de flat op [adres] in Apeldoorn. Rond 04:00 uur stond verdachte buiten voor de flat. Op dat moment kwamen er twee auto’s aanrijden en uit een van die auto’s stapte een onbekend gebleven man met een wit shirt. Tussen deze man en verdachte ontstond een ruzie en een worsteling. Verdachte heeft tijdens die worsteling op de grond gelegen en de man in het witte shirt zat bovenop hem. Verdachte heeft meerdere klappen gekregen van deze man. Op een gegeven moment is er een vuurwapen in het spel gekomen en dit vuurwapen is afgegaan. De onbekend gebleven man is uiteindelijk in een van de auto’s gestapt en weggereden. Verdachte is achtergebleven op de parkeerplaats. Op het geluidsfragment dat is opgenomen door getuige [getuige] is te horen dat er tijdens de ruzie onder meer acht keer “schiet” wordt geschreeuwd. Wie dit heeft geschreeuwd kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld.
Wanneer de politie op de melding afkomt, vinden zij onder meer een vuurwapen onder een personenauto op de parkeerplaats. Uit onderzoek is gebleken dat er meerdere DNA-sporen van verschillende personen – waaronder ook van verdachte - op het gevonden vuurwapen zitten. Daaruit volgt logischerwijs dat verschillende personen het wapen op enig moment hebben vastgehad of aangeraakt.
Naar aanleiding van het schietincident is er veel onderzoek verricht door de politie en het dossier bevat dientengevolge veel informatie. Ondanks dit uitgebreide onderzoek blijft er veel onduidelijkheid over de precieze gebeurtenissen in die nacht bestaan. De rechtbank kan daarom niet met voldoende zekerheid vaststellen wat de chronologie van de gebeurtenissen is geweest en wie op welk moment het wapen heeft vastgehad. Ook kan niet worden vastgesteld wie het wapen heeft laten afgaan, in welke richting dit is afgegaan noch wanneer gedurende de ruzie dit is gebeurd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring voor de bedreiging en het voorhanden hebben van een vuurwapen.
Verdachte zal daarom integraal van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.
4. De beoordeling van het beslag
De rechtbank zal de teruggave van de Apple telefoon met goednummer G3575703 aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.
De rechtbank zal de teruggave van de Apple telefoon met goednummer G3396462 aan de rechthebbende gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.
5. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05-147073-23)
De politierechter heeft verdachte op 25 oktober 2023 onder meer veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week.
Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.
6. De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;
gelast de teruggave van de Apple telefoon met goednummer G3575703 aan verdachte;
gelast de teruggave van de Apple telefoon met goednummer G3396462 aan de rechthebbende;
wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke opgelegde straf onder parketnummer 05-147073-23.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.E. ter Hart (voorzitter), mr. J.M.J.M. Doon en mr. M.S. de Vries, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.N. Witteveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 mei 2026.