V-N 2022/45.9
Kleinepensioenenregeling in verdrag met Duitsland geen verboden discriminatie
HR 14-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1437, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2022
- Magistraten
Koopman, Wortel, Boerlage, Cools, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
21/04276
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS673440:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Loonbelasting / Pensioenregeling
Europees belastingrecht / Discriminatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1437, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑10‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:396, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑04‑2022
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat er bij de toepassing van de kleinepensioenenregeling geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel. Deze klacht van X richt zich namelijk tegen een regeling die Nederland en Duitsland in het Belastingverdrag hebben getroffen.
Samenvatting
X woont in Nederland en ontvangt een Duits pensioen van € 12.787. Nederland heeft op basis van de kleinepensioenenregeling uit het Belastingverdrag Duitsland-Nederland (2012) het heffingsrecht over dit pensioen. Op basis van deze regeling worden pensioenuitkeringen van (in totaal) minder dan € 15.000 toegewezen aan het woonland. X stelt dat de kleinepensioenenregeling in strijd is met het discriminatieverbod, nu pensioeninkomens ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.