HR, 05-10-2012, nr. 12/02737
ECLI:NL:HR:2012:BX6965
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
05-10-2012
- Zaaknummer
12/02737
- Conclusie
Mr. L. Timmerman
- LJN
BX6965
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:PHR:2012:BX6965, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑10‑2012
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BX6965
ECLI:NL:HR:2012:BX6965, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 05‑10‑2012; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX6965
- Vindplaatsen
Conclusie 05‑10‑2012
Mr. L. Timmerman
Partij(en)
12/02737
Mr. L. Timmerman
Parket: 15 augustus 2012
Conclusie inzake:
[Verzoeker]
verzoeker tot cassatie
(hierna: [verzoeker])
- 1.1.
Bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 2 maart 2010 is ten aanzien van [verzoeker] de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard. Op verzoek van de bewindvoerder is de schuldsaneringsregeling bij vonnis van 17 februari 2012 beëindigd op de grond dat [verzoeker] een of meer van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt (art. 350 lid 3 aanhef en onder c Fw). Bij arrest van 29 mei 2012 heeft het hof 's-Gravenhage het vonnis bekrachtigd. [Verzoeker] is van dit arrest tijdig in cassatie gekomen.(1)
1.2
In cassatie wordt geklaagd dat het hof ten onrechte, althans zonder voldoende motivering het verzoek van de raadsman van [verzoeker] om aanhouding heeft afgewezen. De aanhouding werd tijdens de mondelinge behandeling in appel op 22 mei 2012 verzocht om reden dat de bewindvoerder nog een aantal stukken miste, die de raadsman bij [verzoeker] zou hebben opgevraagd maar nog niet van hem zou hebben ontvangen. Het hof heeft het verzoek van de raadsman niet gehonoreerd, omdat (i) [verzoeker] de informatieplicht heeft geschonden door de bewindvoerder niet te laten weten dat hij naar Nigeria vertrok, (ii) onduidelijk is wanneer [verzoeker] is vertrokken en weer terug kan worden verwacht, (iii) het verzoek om aanhouding niet behoorlijk is toegelicht en (iv) ook niet blijkt dat [verzoeker] zelf aanhouding wenst. Het hof heeft de schuldsaneringsregeling vervolgens beëindigd op grond van 1) schending van de informatieplicht, 2) schending van de inspanningsplicht c.q. sollicitatieplicht en 3) het laten ontstaan van een boedelachterstand ten belope van € 8.591,91, terwijl hij over een aanzienlijke afloscapaciteit beschikte. Deze tekortkomingen acht het hof ernstig en toerekenbaar en staan volgens het hof zowel tezamen als afzonderlijk aan voortzetting van de schuldsaneringsregeling in de weg.
1.3
In cassatie wordt geklaagd dat [verzoeker] niet te verwijten valt dat hij de bewindvoerder er niet van op de hoogte heeft gesteld dat hij in verband met een sterfgeval naar Nigeria moest afreizen, aangezien sprake was van spoedeisendheid en hij er bovendien vanuit ging dat de schuldsaneringsregeling geëindigd was en dat hij geen bemoeienis meer had met de bewindvoerder. Het middel betoogt dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is, aangezien het op de weg van het hof had gelegen om aanhouding te verlenen, temeer daar het hof "de facto vooruit loopt op een door requestrant te voeren bewijslevering, welke had kunnen plaatsvinden, indien hem een tweede zitting was vergund geweest".
1.4
Het middel faalt. Voor zover [verzoeker] al niet in staat was de bewindvoerder te informeren over zijn vertrek - hetgeen weinig voor de hand ligt -, was de reden voor het verzoek om aanhouding blijkens het proces-verbaal van de op 22 mei 2012 gehouden zitting dat de raadsman bepaalde stukken bij [verzoeker] had opgevraagd maar nog niet van hem had ontvangen. Gelet op de omstandigheden van het geval, noopte dit feit het hof niet tot aanhouding. De raadsman was bij brief van 23 februari 2012 al opgeroepen voor de behandeling van de zaak op 22 mei 2012. De raadsman heeft verder niet (voldoende) toegelicht om welke stukken het ging. Dat [verzoeker] kennelijk noch de bewindvoerder, noch zijn raadsman (tijdig) van zijn vertrek naar Nigeria op de hoogte heeft gesteld en evenmin de door de raadsman opgevraagde stukken heeft aangeleverd, demonstreert veeleer dat [verzoeker] de op hem rustende verplichtingen niet naar behoren nakomt. Voor zover het middel klaagt dat het hof ten onrechte is gaan "prognosticeren ter zake van een bewijsaanbod", gaat het uit van een onjuiste lezing van 's hofs arrest.
1.5
Ik concludeer tot verwerping met toepassing van art. 81 Ro.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Het verzoekschrift is per fax ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 31 mei 2012, derhalve binnen de in art. 351 lid 5 Fw genoemde cassatietermijn van acht dagen.
Uitspraak 05‑10‑2012
Partij(en)
5 oktober 2012
Eerste Kamer
12/02737
TT/DH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. C.J. van Woerden.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
- a.
het vonnis in de zaak 10/167 R van de rechtbank 's-Gravenhage van 17 februari 2012,
- b.
het arrest in de zaak 200.102.415/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 mei 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 27 augustus 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 5 oktober 2012.