NJB 2026/246:Arbeidsomvang. Rechtsvermoeden. Het hof wijst een verzoek om betaling van achterstallig loon gedeeltelijk af op de grond dat de werknemer het verzoek onvoldoende heeft onderbouwd en gespecificeerd. Hoge Raad: 1. Referteperiode. De gekozen referteperiode behoeft niet noodzakelijkerwijs onmiddellijk vooraf te gaan aan de periode waarop het verzoek ziet, maar kan ook gelegen zijn in een eerdere of latere fase van het dienstverband. 2. Toepassing. Met het oordeel dat het op de weg van de werknemer lag om de arbeidsomvang voldoende te onderbouwen en te specificeren, heeft het hof, in het licht van het beroep van de werknemer op art. 7:610b BW, hetzij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, hetzij zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd.