Hof Amsterdam, 25-03-2021, nr. 23-002687-20
ECLI:NL:GHAMS:2021:4488
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
25-03-2021
- Zaaknummer
23-002687-20
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2021:4488, Uitspraak, Hof Amsterdam, 25‑03‑2021; (Hoger beroep)
Cassatie: ECLI:NL:HR:2025:642
Uitspraak 25‑03‑2021
Inhoudsindicatie
Handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
proces-verbaal terechtzitting
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002687-20
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de enkelvoudige strafkamer van dit
gerechtshof op 25 maart 2021.
Tegenwoordig zijn:
mr. N.A. Schimmel, raadsheer,
C.T. Snellenberg, griffier,
mr. S.H.M. van Gennip, griffier.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. A.C. Bijlsma, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen de hierna te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, gedagvaard als
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag 1] 1965,
adres: vertrokken, onbekend waarheen,
is niet ter terechtzitting verschenen.
Het hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de
zaak zal worden voortgegaan.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De raadsheer constateert dat de reden van het hoger beroep door de verdachte is gegeven in een
appelschriftuur houdende de grieven voor het hoger beroep.
De advocaat-generaal voert het woord en leest de vordering voor. Deze wordt aan het gerechtshof
overgelegd en in het dossier gevoegd. Het feit kan worden bewezen. De verdachte had een viertal messen in zijn bezit. Dit levert een overtreding van de Wet wapens en munitie op. De verdachte is door de kantonrechter veroordeeld tot een geldboete van vijfhonderd euro, waarvan de helft voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Ik zie geen reden hiervan af te wijken.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en spreekt het arrest uit.
- i
AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST
Voorvragen
Geen bijzonderheden.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 19 augustus 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een wapen van categorie IV heeft gedragen, te weten 4 messen, in elk geval een voorwerp, waarvan, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder dat voorwerp werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat zij was bestemd om letsel aan personen toe te brengen, of te dreigen en dat niet onder een van de andere categorieën viel;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van
€ 500,00, subsidiair 10 dagen hechtenis, waarvan € 250,00, subsidiair 5 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan met dien verstande dat:
hij op 19 augustus 2018 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, wapens van categorie IV heeft gedragen, te weten 4 messen, waarvan, gelet op de aard of de omstandigheden waaronder de voorwerpen werden aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat zij waren bestemd om letsel aan personen toe te brengen, of te dreigen en dat niet onder een van de andere categorieën viel;
Bewijsmiddelen
De in de bewijsmiddelen opgenoemde feiten en omstandigheden leveren de redengevende feiten en omstandigheden op, waarop de beslissing van het hof steunt, dat het ten laste gelegde en bewezen geachte feit door verdachte is begaan.
1. Een proces-verbaal van aanhouding met nummer PL27RP/18-070594 van 19 augustus 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (dossier ongenummerd).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten:
Op zondag 19 augustus 2018 omstreeks 18:35 uur, bevonden wij, verbalisanten, ons op de vertrekpassage 1 Schiphol te Haarlemmermeer. Omstreeks 18:43 uur controleerden wij een voertuig, voorzien van Nederlands kenteken [kenteken] . Als bestuurder troffen wij [verdachte] , geboren op [geboortedag 2] -1965 te [geboorteplaats] aan.
Tijdens de controle en het aanspreken kwam de verdachte zeer agressief over. Ik, [verbalisant 1] , hoorde de verdachte zeggen: ‘Schiet op met je controle. Ik vecht al lang niet meer met jullie.’ Hierop heb ik de verdachte bevraagd bij de Real Time Intelligence Desk. Deze vertelde mij dat de verdachte gesignaleerd stond en meerdere antecedenten op zijn naam had staan met betrekking tot vuurwapens, mishandeling, verzet en mishandeling tegen ambtenaar in functie.
Wij deelden de verdachte mede dat wij het voertuig gingen controleren op grond van artikel 52 lid 2 Wet wapens en munitie. Alvorens de controle vroegen wij of de verdachte in het bezit was van verboden wapens. Wij hoorden de verdachte zeggen dat er geen verboden zaken in zijn kleding, dan wel in zijn voertuig zaten.
Bij de controle troffen wij in bovenstaand beschreven voertuig een viertal messen aan. Wij zagen in het opbergvak van het bestuurdersportier drie langwerpige voorwerpen liggen die ingetaped waren met duct-tape. Wij herkenden dit als zijnde messen. De drie messen waren ingetaped om niet op te vallen als zijnde messen. In het stoelvak aan de achterzijde van de bestuurdersstoel troffen verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] nog een mes met een houten lemmet aan.
Hierop vroeg ik, [verbalisant 1] , waarom hij deze messen bij zich had. De verdachte antwoordde: ‘Jullie komen altijd te laat als ik mot heb. Ik verdedig mijzelf wel.’
2. Een proces-verbaal met nummer PL27RP/18-070594 met fotobijlagen van 19 augustus 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] (dossier ongenummerd).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Op zondag 19 augustus 2018 zijn onder de verdachte [verdachte] vier messen in beslag genomen. Drie van deze mensen zijn voorzien van tape en verpakkingsmateriaal waardoor de tape van het lemmet afgeschoven kan worden. Deze goederen zijn onder omstandigheden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze voor geen ander doel bestemd waren dan om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen.
Deze goederen zijn wapens in de zin van artikel 2, lid 1 categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie.
Bijgevoegd zijn twee fotobladen met daarop de afbeeldingen van de in beslaggenomen voorwerpen.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.
Oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte ten aanzien van het in eerste aanleg bewezenverklaarde een geldboete ter hoogte van € 500,00, subsidiair 10 dagen hechtenis waarvan € 250,00, subsidiair 5 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren opgelegd.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot eenzelfde straf als is opgelegd in eerste aanleg.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en gelet de persoon en de draagkracht van de verdachte.
Het hof heeft bij de strafoplegging in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit. Het voorhanden hebben van steekwapens vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Het ongecontroleerde bezit van dergelijke wapens creëert daarnaast een gevaar voor het gebruik ervan en brengt gevoelens van onveiligheid mee.
Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 27 en 54 van de Wet wapens en munitie.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.