Deze zaak hangt samen met zaak 11/01572 (strafzaak) tegen de betrokkene, waarin ik vandaag eveneens zal concluderen.
HR, 30-10-2012, nr. 11/01583 P
ECLI:NL:HR:2012:BX8076
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
30-10-2012
- Zaaknummer
11/01583 P
- Conclusie
Mr. Vegter
- LJN
BX8076
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:PHR:2012:BX8076, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 30‑10‑2012
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BX8076
ECLI:NL:HR:2012:BX8076, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 30‑10‑2012; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX8076
- Vindplaatsen
Conclusie 30‑10‑2012
Mr. Vegter
Partij(en)
Nr. 11/01583 P
Mr. Vegter
Zitting 4 september 2012
Conclusie inzake:
[Betrokkene]1.
1.
Het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, heeft bij uitspraak van 21 maart 2011 het door de betrokkene - uit het "opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod" en andere strafbare feiten - wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 9.739,44 en aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 9.739,44.
2.
Mr. F.H. Gart, advocaat te Leeuwarden, heeft cassatie ingesteld. Namens de betrokkene heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3.1.
Het middel behelst de klacht dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, geen gehoor heeft gegeven aan art. 359, tweede lid, Sv2. nu op een uitdrukkelijk gevoerd standpunt van de betrokkene geen voldoende gemotiveerde beslissing is gegeven.
3.2.
De steller van het middel heeft blijkens de toelichting het oog op het volgende gedeelte uit de ter terechtzitting in hoger beroep door de betrokkene afgelegde verklaring:
"De eerste oogst kon min of meer de prullenbak in. Dat wat ik zou hebben gezegd over de opbrengst van de eerste oogst, dat die opbrengst 1500 euro zou zijn, klopt trouwens niet helemaal. De kosten van de opbouw van de kwekerij hebben wij samen betaald."
3.3.
Het Hof heeft dit kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, dat wil zeggen een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van de feitenrechter naar voren is gebracht.3. Dat is niet onbegrijpelijk.
3.4.
Het middel faalt.
4.
Het middel kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoren te leiden.
5.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Uitspraak 30‑10‑2012
Inhoudsindicatie
HR: 81 RO.
Partij(en)
30 oktober 2012
Strafkamer
nr. S 11/01583 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 21 maart 2011, nummer 24/000556-09, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 30 oktober 2012.