NJB 2024/1239
De feitenrechter beschikt over een ruime straftoemetingsvrijheid. De Hoge Raad stelt zich als cassatierechter terughoudend op bij de beantwoording van de vraag of de motivering van de beslissing over de straftoemeting toereikend is. Waar het gaat om de motiveringsverplichting van de tweede volzin van art. 359 lid 2 Sv past de hiervoor genoemde terughoudendheid van de Hoge Raad als cassatierechter bij de eisen die in de rechtspraak van de Hoge Raad in het algemeen worden gesteld aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt, en de invulling van de responsieplicht van de rechter als hij afwijkt van zo’n standpunt.
HR 21-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:737
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 mei 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, Y. Buruma, M. Kuijer
- Zaaknummer
22/03659
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:737, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑05‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:549, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑04‑2024
- Wetingang
(art. 359 Sv)
Essentie
De feitenrechter beschikt over een ruime straftoemetingsvrijheid. De Hoge Raad stelt zich als cassatierechter terughoudend op bij de beantwoording van de vraag of de motivering van de beslissing over de straftoemeting toereikend is. Waar het gaat om de motiveringsverplichting van de tweede volzin van art. 359 lid 2 Sv past de hiervoor genoemde terughoudendheid van de Hoge Raad als cassatierechter bij de eisen die in de rechtspraak van de Hoge Raad in het algemeen worden gesteld aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt, en de invulling van de responsieplicht van de rechter als hij afwijkt van zo’n standpunt. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.