NJB 2024/1239:De feitenrechter beschikt over een ruime straftoemetingsvrijheid. De Hoge Raad stelt zich als cassatierechter terughoudend op bij de beantwoording van de vraag of de motivering van de beslissing over de straftoemeting toereikend is. Waar het gaat om de motiveringsverplichting van de tweede volzin van art. 359 lid 2 Sv past de hiervoor genoemde terughoudendheid van de Hoge Raad als cassatierechter bij de eisen die in de rechtspraak van de Hoge Raad in het algemeen worden gesteld aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt, en de invulling van de responsieplicht van de rechter als hij afwijkt van zo’n standpunt.