RBP 2019/80
Executiegeschil. Volgens welke maatstaf moeten de belangen worden afgewogen in een executiegeschil?
Hof Arnhem-Leeuwarden 13-08-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6594
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
13 augustus 2019
- Magistraten
Mrs. M.W. Zandbergen, M.M.A. Wind, B.J.H. Hofstee
- Zaaknummer
200.256.822/01
- JCDI
JCDI:ADS140472:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2019:6594, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 13‑08‑2019
- Wetingang
Art. 254, 257, 351, 438 Rv; art. 3:13 lid 2 BW
Essentie
Executie-kort geding. Schorsing tenuitvoerlegging. Belangenafweging.
Volgens welke maatstaf moeten de belangen worden afgewogen in een executiegeschil?
Samenvatting
De partijen, ex-echtgenoten, zijn verwikkeld in een hardnekkig geschil over een hotel op Schiermonnikoog. Zij maken beiden aanspraak op de exploitatie van de onderneming en op levering van het pand waarin het hotel wordt gedreven. Bij arrest van 11 december 2018 heeft het hof Arnhem-Leeuwarden een vonnis bekrachtigd waarin de man tot ontruiming van het hotel is veroordeeld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De man heeft tegen dit arrest cassatieberoep ingesteld.
Bij arrest in kort geding van 8 mei ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.