JWB 2017/29
Insolventierecht
HR 27-01-2017, ECLI:NL:HR:2017:111
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
27 januari 2017
- Zaaknummer
16/04131
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:111, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 27‑01‑2017
ECLI:NL:PHR:2016:1194, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑11‑2016
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑09‑2016
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑08‑2016
- Wetingang
Essentie
Insolventierecht
Samenvatting
Casus
Directe aanleiding is de tussentijdse beëindiging van een wettelijke schuldsaneringsregeling In cassatie gaat het evenwel puur om de vraag of het hof juist heeft geoordeeld dat de rechtbank op goede gronden heeft beslist dat de huidige feiten en omstandigheden niet (in dezelfde omvang) bekend waren bij de toelating van verzoeker. Verzoeker zou omtrent de bezwaren van een bepaalde betrokkene reeds volledige opening van zaken hebben gegeven bij zijn verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Aldus het cassatiemiddel.
Rechtsvraag
Heeft het hof juist geoordeeld dat de rechtbank op goede gronden heeft beslist dat de huidige feiten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.