NJ 1968, 294
HR, 03-04-1968
HR 03-04-1968, ECLI:NL:PHR:1968:AB6750, m.nt. N.J. Polak
- Instantie
Hoge Raad (Belastingkamer)
- Datum
3 april 1968
- Magistraten
Boltjes, Van Rijn Van Alkemade, Van Der Loos, Korthals Altes, Peters
- Zaaknummer
[1968-04-03/NJ_51746]
- Noot
N.J. Polak
- LJN
AB6750
- JCDI
JCDI:ADS158908:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Goederenrecht (V)
Onteigeningsrecht / Onteigening
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1968:AB6750, Uitspraak, Hoge Raad (Belastingkamer), 03‑04‑1968
ECLI:NL:PHR:1968:AB6750, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑04‑1968
- Wetingang
BW art. 628; Ow art. 40
Essentie
Te onteigenen goed dat in onverdeelde eigendom toebehoort aan familieleden, die een regeling hebben getroffen betreffende het gebruik van het gemeenschappelijk goed. Aard van het recht op gebruik krachtens die regeling in verband met de vergoeding voor bedrijfsschade.
Samenvatting
Interne regeling tussen familieleden-mede-eigenaren betreffende het gebruik van het gemeenschappelijk goed, welke niet medebrengt dat het gebruik, dat de mede-eigenaren overeenkomstig die regeling van het goed maken, niet zou zijn een gebruik als mede-eigenaars.
De mede-eigenaar van een onroerend goed kan daarvan met uitdrukkelijk of stilzwijgend goedvinden van de andere mede-eigenaren gebruik maken krachtens zijn recht van mede-eigendom, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.