NJ 1966, 433
HR, 15-06-1966
HR 15-06-1966, ECLI:NL:PHR:1966:AB4906, m.nt. N.J. Polak
- Instantie
Hoge Raad (Belastingkamer)
- Datum
15 juni 1966
- Magistraten
Boltjes, Van Der Loos, Dubbink, Korthals Altes, Hollander
- Zaaknummer
[1966-06-15/NJ_50891]
- Noot
N.J. Polak
- LJN
AB4906
- JCDI
JCDI:ADS125288:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Onteigeningsrecht / Onteigening
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1966:AB4906, Uitspraak, Hoge Raad (Belastingkamer), 15‑06‑1966
ECLI:NL:PHR:1966:AB4906, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑06‑1966
- Wetingang
Ow art. 40
Essentie
Huurders van een te onteigenen pand hebben dit voor het wijzen van het onteigeningsvonnis verlaten enkel en alleen uit overweging dat zij t.z.t. uit krachte van dit vonnis toch tot ontruiming zouden worden genoodzaakt. Is de waardevermeerdering, welke het leegstaan van het pand ten tijde van het onteigeningsvonnis medebrengt, door niets anders teweeggebracht dan door het plan voor het werk waarvoor onteigend wordt?
Samenvatting
De regel van onteigeningsrecht dat met betrekking tot de bepaling van de werkelijke waarde van het te onteigenen goed niet behoort te worden gelet op de waardevermeerderende of waardeverminderende invloed welke in het commerciele ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.