NJB 2024/1186:Als een strafbeschikking geheel of gedeeltelijk is tenuitvoergelegd, moet de rechter op grond van art. 354a lid 2 Sv daarmee ‘rekening houden’ bij het bepalen van de op te leggen straf of maatregel. In het meer bijzondere geval waarin niet sprake is van een voor compensatie in aanmerking komende ‘overeenkomende straf’ omdat het hof aan de verdachte een taakstraf heeft opgelegd terwijl in de door het hof vernietigde strafbeschikking aan de verdachte een geldboete was opgelegd, dient de rechter – met het oog op het voorkomen van een onevenredige bestraffing – bij de strafoplegging aan te geven welke invloed de door de verdachte in verband met de tenuitvoerlegging van de strafbeschikking gedane betalingen hebben op de omvang van de door de rechter op te leggen taakstraf. In casu heeft het hof dit nagelaten.