NJB 2024/1186
Als een strafbeschikking geheel of gedeeltelijk is tenuitvoergelegd, moet de rechter op grond van art. 354a lid 2 Sv daarmee ‘rekening houden’ bij het bepalen van de op te leggen straf of maatregel. In het meer bijzondere geval waarin niet sprake is van een voor compensatie in aanmerking komende ‘overeenkomende straf’ omdat het hof aan de verdachte een taakstraf heeft opgelegd terwijl in de door het hof vernietigde strafbeschikking aan de verdachte een geldboete was opgelegd, dient de rechter – met het oog op het voorkomen van een onevenredige bestraffing – bij de strafoplegging aan te geven welke invloed de door de verdachte in verband met de tenuitvoerlegging van de strafbeschikking gedane betalingen hebben op de omvang van de door de rechter op te leggen taakstraf. In casu heeft het hof dit nagelaten.
HR 14-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:647
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 mei 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/00304
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:647, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑05‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:250, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑12‑2022
- Wetingang
(art. 354a Sv)
Essentie
Als een strafbeschikking geheel of gedeeltelijk is tenuitvoergelegd, moet de rechter op grond van art. 354a lid 2 Sv daarmee ‘rekening houden’ bij het bepalen van de op te leggen straf of maatregel. In het meer bijzondere geval waarin niet sprake is van een voor compensatie in aanmerking komende ‘overeenkomende straf’ omdat het hof aan de verdachte een taakstraf heeft opgelegd terwijl in de door het hof vernietigde strafbeschikking aan de verdachte een geldboete was opgelegd, dient de rechter – met het oog op het voorkomen van een onevenredige bestraffing – bij de strafoplegging aan te geven welke invloed ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.