NJ 2007, 560
HvJ EG, 14-09-2006, nr. C-138/05
HvJ EG 14-09-2006, ECLI:EU:C:2006:577
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
14 september 2006
- Magistraten
C.W.A. Timmermans, R. Schintgen, R. Silva de Lapuerta, J. Klučka, L. Bay Larsen
- Zaaknummer
C-138/05
- Conclusie
A-G E. Sharpston
- LJN
AZ2148
- Vakgebied(en)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2006:577, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 14‑09‑2006
- Wetingang
Richtlijn 91/414/EEG; Richtlijn 98/8/EG
Essentie
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 234 EG, ingediend door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (Nederland) bij beslissing van 22 maart 2005.
Toelating voor op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Bevoegdheid van lidstaten tijdens overgangsperiode.
Samenvatting
Artikel 16, lid 1, van richtlijn 98/8/EG betreffende het op de markt brengen van biociden, heeft dezelfde betekenis als artikel 8, lid 2, van richtlijn 91/414/EEG betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen.
Artikel 8, lid 2, van richtlijn 91/414 bevat geen standstillverplichting. Ingevolge de artikelen 10, tweede alinea, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.