NJ 1986, 290
HvJ EG, 11-06-1985, nr. 49/84
HvJ EG 11-06-1985, ECLI:EU:C:1985:252, m.nt. J.C. Schultsz
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
11 juni 1985
- Magistraten
Mackenzie Stuart, Bosco, Pescatore, Koopmans, Bahlmann, VerLoren Van Themaat
- Zaaknummer
49/84
- Noot
J.C. Schultsz
- LJN
AC8639
- JCDI
JCDI:ADS64378:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal privaatrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:1985:252, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 11‑06‑1985
- Wetingang
EEX-Verdrag art. 27 onder 2°
Essentie
EEG-Executieverdrag. Tijdige betekening van het stuk dat het geding inleidt. De vraag of de betekening tijdig is geschied, hangt af van een feitelijke beoordeling en kan dus niet worden beslist op grond van het nationale recht van het land van herkomst, noch op grond van het nationale recht van de aangezochte rechter.
(Voor HR 5 juni 1987 zie NJ 1988, 37 (m.nt. JCS).)
Samenvatting
1. Art. 27 sub 2 Executieverdrag is, voor wat betreft het daar bedoelde vereiste van tijdigheid van de betekening of mededeling van het stuk dat het geding inleidt, ook ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.