Het eerste middel, omdat in het door het hof bevestigde vonnis van het gerecht in eerste aanleg de bewijsmiddelen zijn opgenomen en het tweede middel, omdat het hof het in het middel bedoelde papiertje niet voor het bewijs heeft gebezigd en - anders dan het gerecht in eerste aanleg - evenmin ten grondslag heeft gelegd aan de verwerping van het verweer betreffende de psychische overmacht.
HR, 16-12-2014, nr. 14/00310
ECLI:NL:HR:2014:3686
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16-12-2014
- Zaaknummer
14/00310
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2014:3686, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 16‑12‑2014; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:2331, Gevolgd
ECLI:NL:PHR:2014:2331, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑10‑2014
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2014:3686, Gevolgd
Uitspraak 16‑12‑2014
Inhoudsindicatie
Antilliaanse zaak. Art. VI.5 Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2013. Verzuim van de raadsman om na verzending van de cassatieschriftuur per fax niet het originele exemplaar van de schriftuur na te zenden. Bij brief is de raadsman in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen doch daarvan is geen gebruik gemaakt. Ook overigens is niet kunnen worden vastgesteld dat de handtekening op de faxschriftuur overeenstemt met de (originele) handtekening van de raadsman. De HR verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Partij(en)
16 december 2014
Strafkamer
nr. 14/00310 A
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 8 juli 2013, nummer H 99/2013, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D.G. Illes, advocaat te Oranjestad (Aruba), een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1.
Art. VI lid 5 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2013 luidt als volgt:
"De indiening van de schriftuur is (...) vormvrij; zij kan worden ingediend hetzij door inlevering op de griffie van de Hoge Raad, hetzij door verzending per post of koeriersdienst, hetzij door verzending via de fax (mits gevolgd door inlevering of verzending van het originele exemplaar). Volstaan kan worden met de indiening van één exemplaar."
2.2.
De raadsman heeft na verzending van de cassatieschriftuur per fax op 8 mei 2014 niet het originele exemplaar van de schriftuur nagezonden. Bij brief van 18 september 2014 is de raadsman in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen doch daarvan is geen gebruik gemaakt. Ook overigens is niet kunnen worden vastgesteld dat de handtekening op de fax-schriftuur overeenstemt met de handtekening van de raadsman.
2.3.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2014.
Conclusie 07‑10‑2014
Inhoudsindicatie
Antilliaanse zaak. Art. VI.5 Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2013. Verzuim van de raadsman om na verzending van de cassatieschriftuur per fax niet het originele exemplaar van de schriftuur na te zenden. Bij brief is de raadsman in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen doch daarvan is geen gebruik gemaakt. Ook overigens is niet kunnen worden vastgesteld dat de handtekening op de faxschriftuur overeenstemt met de (originele) handtekening van de raadsman. De HR verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Nr. 14/00310 A Zitting: 7 oktober 2014 | Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] |
De verdachte is bij vonnis van 8 juli 2013 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, wegens 1. “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder A, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht” en 2. “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid onder A, van de Landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Daarnaast zijn beslissingen genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen als nader in het vonnis vermeld.
Ontvankelijkheid van het beroep.
In de onderhavige zaak heeft mr. D.G. Illes, advocaat te Aruba, op 8 mei 2014 namens de verdachte per fax een cassatieschriftuur ingediend. Gelet op het vijfde lid van art. VI van het Procesreglement van de Strafkamer van de Hoge Raad dient een verzending van een schriftuur per fax te worden gevolgd door inlevering of verzending van een origineel exemplaar van de schriftuur. Nu een origineel exemplaar van de schriftuur niet bij de Hoge Raad is binnengekomen – ook niet na de verzending aan de raadsman van een faxbericht en een brief waarin deze de gelegenheid wordt geboden binnen veertien dagen na 18 september 2014 alsnog aan de verplichting tot verzending of inlevering van een originele schruftuur te voldoen -, kan de verdachte mijns inziens niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Ten overvloede merk ik op dat wanneer de Hoge Raad wel een origineel exemplaar van de schriftuur had ontvangen, de verdachte evenmin in zijn cassatieberoep ontvangen had kunnen worden, nu de in het faxexemplaar van de schriftuur geformuleerde middelen evident ongegrond zijn.1.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 07‑10‑2014