NJ 1933, p. 1102
Getuigeverklaring: dat een autobestuurder zoodanig onder invloed van drank verkeerde, dat hij niet in staat kon worden geacht om zijn auto naar behooren te besturen.
HR 08-05-1933, ECLI:NL:HR:1933:86
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 mei 1933
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, Taverne, Schepel, Kirberger en de Menthon Bake.
- Zaaknummer
[08051933/NJ_1933,_p._1102]
- Conclusie
Mr. Tak
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Voertuigeisen
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1933:86, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑05‑1933
- Wetingang
(Sv art. 342; Motor- en Rijwielwet art. 22.)
Essentie
Getuigeverklaring: dat een autobestuurder zoodanig onder invloed van drank verkeerde, dat hij niet in staat kon worden geacht om zijn auto naar behooren te besturen.
Samenvatting
Een getuige kan wel op grond van door hemzelf waargenomen of ondervonden feiten of omstandigheden verklaren, dat iemand onder den invloed verkeert van het gebruik van alcoholhoudenden drank, doch niet dat die invloed dusdanig is, dat zoo iemand niet in staat kan worden geacht een motorrijtuig naar behooren te besturen. Dit laatste toch is een gevolgtrekking gemaakt uit of een waardeering van door den getuige waargenomen feiten, hetgeen tot de taak des ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.