JAR 2005, 270
HR, 14-10-2005, nr. C04/150HR
HR 14-10-2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3411
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2005
- Magistraten
mrs. Neleman, Aaftink, Beukenhorst, Numann, Van Schendel
- Zaaknummer
C04/150HR
- Conclusie
Huydecoper
- LJN
AU3411
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Vermogensrecht (V)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2005:AU3411, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑10‑2005
ECLI:NL:HR:2005:AU3411, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 14‑10‑2005
- Wetingang
BW art. 6:228; RO art. 81
Samenvatting
Afvloeiingsregeling; zonder voorbehoud gegeven instemming; uitleg.
Vervolg op HR 21 juni 2002, NJ 2002, 540. Met toepassing van art. 81 RO verworpen cassatieklachten tegen 's hofs oordeel dat de werknemer door het ondertekenen van de overeenkomst strekkende tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding, ondubbelzinnig en zonder voorbehoud heeft ingestemd met die afvloeiingsregeling en dat daaraan niet afdoet dat die regeling is berekend op basis van een salaris dat achteraf bezien hoger had dienen te zijn, nu het op de weg van werknemer lag destijds expliciet een voorbehoud te maken en bij gebreke daarvan de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.