JOL 2005, 287
Wet Derde tranche Awb; overgangsrecht; strekking art. Ⅳ lid 2. Art. 6:11 Awb: analogische toepassing in verzetprocedure voor burgerlijke rechter ter zake van d.m.v. dwangbevelen door bestuursorgaan ingevorderde bedragen?
HR 13-05-2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8377
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
13 mei 2005
- Magistraten
Mrs. P. Neleman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel, F.B. Bakels
- Zaaknummer
C04/046HR
- Conclusie
A-G Huydecoper
- LJN
AS8377
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht (V)
Bestuursprocesrecht (V)
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2005:AS8377, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 13‑05‑2005
ECLI:NL:PHR:2005:AS8377, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑12‑2004
Essentie
Wet Derde tranche Awb; overgangsrecht; strekking art. Ⅳ lid 2. Art. 6:11 Awb: analogische toepassing in verzetprocedure voor burgerlijke rechter ter zake van d.m.v. dwangbevelen door bestuursorgaan ingevorderde bedragen?
In het licht van de wetsgeschiedenis brengt een redelijke uitleg van de overgangsrechtelijke bepaling van art. Ⅳ lid 2 van de Wet van 20 juni 1996 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Derde tranche Awb), Stb. 333, mee dat overtredingen ten aanzien waarvan voor de datum van inwerkingtreding van die wet (1 januari 1998) een handhavingsbesluit is genomen, met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.