Gst. 2005, 157
HR, 13-05-2005, nr. C04/046HR
HR 13-05-2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8377, m.nt. J.A.E. van der Does
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 mei 2005
- Magistraten
mrs. P. Neleman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels
- Zaaknummer
C04/046HR
- Noot
J.A.E. van der Does
- LJN
AS8377
- JCDI
JCDI:ADS883074:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2005:AS8377, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑05‑2005
ECLI:NL:HR:2005:AS8377, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑05‑2005
- Wetingang
Essentie
Dwangsom, dwangbevel. Invordering, executie. Verzet. Overgangsrecht. Analoge toepassing art. 6:11 Awb. (Doetinchem)
Samenvatting
Een zodanige uitleg zou als consequentie hebben dat met betrekking tot de dwangsom wat betreft het toepasselijke recht een verschil zou kunnen ontstaan tussen de handhaving en de executie, en met betrekking tot de bestuursdwang niet. Nu voor een dergelijk verschil in behandeling geen goede grond valt aan te wijzen, moet het ervoor worden gehouden dat de wetgever heeft beoogd te regelen dat het overgangsrecht voor de dwangsom gelijk is aan dat voor de bestuursdwang. In aanmerking genomen dat de wetsgeschiedenis inhoudt dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.